Showing posts with label Syrië. Show all posts
Showing posts with label Syrië. Show all posts

Monday, 18 September 2017

Syrië: Dreigt het Syrische conflict een afgang te worden voor het Westen?


Na bijna zeven jaar van gruwelijke oorlog en honderdduizenden doden lijkt het erop dat het Syrisch conflict een nieuwe fase ingaat. De Assad-coalitie slaagde erin zijn gezag opnieuw te vestigen in grote delen van het land dankzij de steun van zijn bondgenoten. De harde taal en de berekende zetten op politiek vlak die het regime zet doen de hoop op een politieke, duurzame vrede voor de belangrijkste betrokken partijen verdwijnen. De gematigde groepen die momenteel nog gesteund worden door het Westen staan voor een zeer moeilijke periode omdat het niet zeker is of deze een potentiële escalatie van het conflict kunnen afweren.



De rebellen zijn te verdeeld
De Syrische bevolking probeerde initieel door middel van grootschalige protesten druk uit te oefenen op het regime om een aantal hervormingen door te voeren. Zo hoopten ze onder meer  dat het een einde zou betekenen van de autoritaire wurggreep door een geprivilegieerde elite die elke vorm van dissidentie deed verdwijnen met behulp van een zeer uitgebreid netwerk van veiligheidsdiensten. Toen de situatie echter escaleerde werden milities opgericht door burgers om hun huizen, wijken en dorpen te beschermen tegen de knokploegen die door het Assad-regime werden uitgestuurd om dissidenten te intimideren. Deze knokploegen bestonden uit voornamelijk loyalistische paramilitairen die een opportuniteit zagen om zich te kunnen verrijken door schaamteloos te kunnen roven en plunderen. Naarmate het verzet zich begon te verspreiden begonnen deze groeperingen zich beter te organiseren met behulp van soldaten die in grote getallen begonnen over te lopen naar de rebellen.

De fragiele samenwerking tussen de verschillende rebellengroepen in het begin van het Syrische conflict kwam snel onder druk te staan door de uiteenlopende ideologieën en doelstellingen die de verschillende groeperingen hadden. De eerste successen werden overschaduwd door de opkomst van verschillende islamitische groeperingen die de agenda van hun buitenlandse sponsor probeerde door te duwen in het gebied dat ze controleerden. Het momentum dat ze hadden weten op te bouwen was opeens ondergeschikt aan de invloed en de rijkdommen die ze konden verdienen door hun gezag in bepaalde delen van het land te vestigen.
Het gebrek aan coördinatie, terreinwinst en de enorme bedragen die in deze groeperingen gepompt werden door buitenlandse actoren voor aanvullende training en oorlogsmaterieel leidde tot de beslissing om de geldstroom en levering van oorlogsmaterieel geleidelijk aan stop te zetten. Dit gebeurde onder meer door de VS omdat de huidige regering niet langer vond dat het een haalbare strategie was dat teveel geld kostte. Hierdoor dreigen gematigde rebellengroepen nu volledig te worden geabsorbeerd door meer radicale groeperingen. De verschillende de-escalatiezones die werden geïmplementeerd langsheen de frontlijnen benadrukken een belangrijk pijnpunt van hun situatie, namelijk dat er een groot gebrek is aan politieke cohesie tussen deze groepen dat voor voortdurende conflicten zorgt waarbij waardevolle middelen tegen elkaar worden ingezet in plaats van tegen hun gezamenlijke vijand.
Wanneer het Assad-regime zijn focus opnieuw verlegt naar deze regio’s lijkt het onwaarschijnlijk dat deze groeperingen in staat zullen zijn om langdurig effectief weerstand te bieden aan de militaire overmacht van de Assad-coalitie. Deze groeperingen zullen ook op weinig bijstand van de internationale gemeenschap kunnen rekenen vanwege hun radicale overtuigingen.


De Assad-coalitie heeft de bovenhand
De Assad-coalitie is erin geslaagd om momenteel zowel de militaire als de politieke bovenhand te halen in het Syrische conflict dankzij de belangrijke bijdragen in troepen en militair materieel van zijn internationale bondgenoten, met in het bijzonder Iran en Rusland. Dit stelt hen in staat om systematisch bepaalde oppositiegroeperingen te viseren, uit te schakelen en opnieuw hun controle te vestigen over grote delen van het land. Dit verstevigd hun politieke positie op nationaal en internationaal vlak tijdens de vredesonderhandelingen om het conflict te beëindigen.
Bij de start van het Syrische conflict had het regime een zwakke positie en begon het geleidelijk aan meer controle te verliezen over delen van het land waardoor het slechts een kwestie van tijd leek voordat het regime zou vallen. Het leger en de veiligheidsdiensten waren niet in staat om de verschillende groeperingen overal tegelijk effectief te bestrijden. Het regime werd gedwongen om hun middelen te concentreren op de belangrijkste brandhaarden terwijl op andere plaatsen een meer defensieve houding werd aangenomen. De soldaten verschansten zich in hun legerbasissen of bepaalde wijken van een stad. Met deze strategie probeerde het regime tevens aan te tonen dat het de controle niet over het land was verloren omdat het troepen in alle hoeken van het land had gestationeerd. Daarnaast werd de Syrische luchtmacht ingezet om systematisch wijken te verpulveren, wat tot grote aantallen burgerslachtoffers leidde en tot een internationale vluchtelingenstroom.
Dat het regime steun kreeg van verschillende buitenlandse milities was niet voldoende om het tij te keren. De rebellengroepen kregen op hun beurt (in)directe steun van verschillende buitenlandse actoren die het regime liever zagen verdwijnen, waaronder buurland Turkije, de Verenigde Staten en verschillende golfstaten. Dankzij de directe steun van Iraanse elitetroepen en Russisch hoogtechnologisch oorlogsmaterieel was het Assad-regime in staat om haar eerste grote successen te boeken door haar garnizoen in Aleppo te bereiken langs de Khanassar-route. Daarnaast werd de druk opgevoerd op de rebellenposities in en rond de hoofdstad Damascus en meer naar het zuiden in de omgeving van Daraa. Grootschalige rebellenoffensieven rond Aleppo en Hama werden later ook systematisch geblokkeerd in omgezet in nederlagen voor de rebellen.
Het regime slaagt er ook herhaaldelijk in om rebellenposities tot overgave te dwingen dankzij het verzoeningscentrum dat mede door de Russen werd geïnstalleerd. Hierdoor krijgen rebellengroepen de kans om de wapens neer te leggen in ruil voor amnestie of kunnen ze ervoor kiezen om naar het noorden van het land getransporteerd te worden om zich daar bij andere groepen aan te sluiten. Op deze manier kan de Assad-coalitie de druk opvoeren op andere fronten en worden de rebellen meer en meer geconcentreerd in bepaalde delen van het land.
Zowel Iran als Rusland hebben veel te winnen bij een eindoverwinning voor de Assad-coalitie. Iran kan haar politieke invloed in het land versterken, haar aanwezigheid in de regio uitbreiden en meer druk uitoefenen op zijn regionale tegenstanders, in het bijzonder Israël. Rusland kan een permanente militaire aanwezigheid uitbouwen in het oostelijke deel van de Middellandse Zee dankzij de basissen die het in de Latakiaprovincie bemant. Daarnaast is het goed mogelijk dat Syrië de belangrijkste afzetmarkt wordt van Russische goederen en diensten in de nabije toekomst. Een potentiële vervolging en veroordeling van het regime omwille van de gruweldaden dat het regime pleegde tijdens het conflict, waaronder het gebruik van vaatbommen, thermobarische en chemische wapens,  is ook niet langer mogelijk omdat het beschermd wordt door Ruslands vetorecht, ondanks dat er meer dan voldoende bewijzen zijn. Het hoofd van de onderzoekscommissie met betrekking tot Syrië, Carla del Ponte, gaf hierdoor haar ontslag bij de onderzoekscommissie. Het regime mag dan wel voorlopig aan de macht blijven maar het heeft mogelijk zijn ziel verkocht aan zijn bondgenoten omdat de pijnpunten die het protest en het daaropvolgende conflict deden ontvlammen, niet behandeld werden.

Het Syrische regime zal dan ook waarschijnlijk terugkeren naar een gelijkaardige manier van werken door systematisch repressief op te treden tegen dissidenten. Syrische veiligheidsdiensten zullen systematisch mensen beginnen op te pakken die mogelijk gelinkt werden aan rebellengroepen en konden worden geïdentificeerd aan de hand van beeldmateriaal dat werd gemaakt door de rebellen en verspreid werd met behulp van sociale media tijdens het conflict.
Het kalifaat valt

De Islamitische Staat probeert wanhopig zijn grip te behouden op het territorium dat het nog onder zijn controle heeft. Na de val van Mosul en Tal Afar in Irak heeft de terreurgroep daar enkel nog de regio rond Hawija onder zijn controle in het noorden van het land en een deel van het woestijngebied dat grenst aan buurland Syrië.

In Syrië wordt de terreurgroep ook langs alle kanten onder druk gezet. De hoofdstad Raqqa wordt systematisch door de Syrische Democratische Strijdkrachten veroverd, in Centraal-Syrië werden de jihadisten compleet overrompeld door een offensief van de Assad-coalitie die probeerde de stad Deir Ez-Zour te bereiken waar een garnizoen van het regime gelegerd is. Nu het hartland van de terreurgroep systematisch veroverd wordt en ze er niet in slagen om weerstand te bieden aan al deze druk, beginnen veel van de strijders de moed te verliezen en de regio te ontvluchten. Verschillende bronnen melden dat (buitenlandse) jihadisten proberen naar de omringende landen te vluchten om te vermijden dat ze opgepakt worden.

De groepering is desondanks helemaal niet verslagen, hun zelfverklaarde kalief al-Baghdadi is ondanks verschillende pogingen hoogstwaarschijnlijk nog in leven en verschillende spilfiguren wisten de dans te ontspringen. De terreurgroep zal dan ook in de nabije toekomst terugkeren naar hun kernactiviteiten, een schaduworganisatie die aanslagen zal plegen op publieke doelwitten om regeringen te ondermijnen en in te spelen op sektarische spanningen. Daarnaast zal de groepering leren uit de fouten die ze gemaakt hebben en zich heruitvinden door nieuwe bondgenootschappen te sluiten met andere terreurgroepen, waaronder al-Qaeda.

Op termijn zal de groep dan ook opnieuw opduiken in een andere regio van de wereld. Momenteel heeft de groepering ook een aanwezigheid in de Filipijnen, Afghanistan en West-Afrika. Daarnaast is er ook de mogelijkheid dat de groepering afdelingen opzet in centraal Azië door daar in te spelen om socio-politieke spanningen. Het is zelfs mogelijk dat de groepering voet aan grond in Europa zal proberen te krijgen door oude wonden te openen. In het voormalige Joegoslavië zijn nog steeds verschillende conservatieve moslimgemeenschappen en no-go zones te vinden wat een potentiële broeihaard van extremisme zou kunnen betekenen.

Bieden de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) een oplossing?

Eén van de gematigde groeperingen in het Syrische conflict dat wél systematisch successen wist te boeken zijn de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) die streven naar een gedecentraliseerd politiek systeem dat de politieke en culturele rechten van de verschillende etnische minderheden in het land erkent en garandeert in het dagelijkse leven. Deze verzameling van groeperingen bestaat onder meer uit Syrische Koerden, Arabieren, Turkmenen, Yezidi’s, Assyriërs maar wordt momenteel gedomineerd door de Syrische Koerden.
De groepering werd door een aantal westerse landen (in)direct gesteund in hun strijd tegen de Islamitische Staat, waaronder Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten de grootste bijdragen leverden met logistieke steun, bombardementen, militaire training, wapenleveringen en het inzetten van Special Operation Forces. 
Onder de Obamaregering werd de strijd tegen de Islamitische Staat initieel zoveel mogelijk met een hands off-mentaliteit gevoerd om te vermijden dat de Verenigde Staten zich opnieuw in een langdurig conflict zouden storten dat mogelijk weer astronomische bedragen en Amerikaanse levens zou kosten. Naarmate de strijd vorderde bleek er nood aan meer ondersteuning, wat leidde tot een gevoelige stijging van mensen en materieel in de regio.
De Trumpregering kwam aan de macht mede dankzij de retoriek van de toenmalige kandidaat Donald Trump waarbij hij meermaals verkondigde dat hij de strijd tegen de Islamitische Staat niet alleen in een hogere versnelling zou jagen, maar ook beslissend zou beëindigen door ‘hen tot pulp te bombarderen’. Het duurde dan ook niet lang voordat er een gevoelige stijging van Amerikaanse grondtroepen in Syrië opgemerkt kon worden om het langverwachte offensief om Raqqa te ondersteunen. Deze hogere versnelling leidde jammer genoeg ook tot een gevoelige stijging van burgerslachtoffers in de gevechten in Mosul en Raqqa ondanks dat de internationale coalitie een aantal procedures heeft geïmplementeerd om het risico op burgerslachtoffers te beperken.
Totale oorlog of Koude oorlog?
De vraag is echter nu wat de doelstellingen van het Westen, en in het bijzonder de Verenigde Staten, zullen zijn nu Raqqa binnenkort lijkt te vallen en Deir Ez-Zour binnen bereik ligt. De focus zal ongetwijfeld liggen op het opruimen van de laatste gebieden die onder de controle van de Islamitische Staat vallen het opsporen van zoveel mogelijk hooggeplaatste figuren binnen de organisatie voordat ze de kans krijgen de regio te ontvluchten. Daarnaast is het ook belangrijk dat de Syrische Democratische Strijdkrachten de noordelijke oever van de Eufraat onder hun controle krijgen om te vermijden dat de Assad-coalitie hier een aanwezigheid kan opbouwen. Op deze manier worden zowel de Assad-coalitie als de Noord-Syrische Democratische Federatie de twee grootste facties in het Syrische conflict, waardoor de twee partijen wel met elkaar moeten onderhandelen om een vreedzame oplossing te vinden. De vraag is echter of de beide partijen wel met elkaar willen onderhandelen omdat de doelstellingen van de twee facties mijlenver uit elkaar liggen.

Bashar al-Assad heeft verschillende malen verkondigd dat hij elke intentie heeft om enkele vierkante meter van Syrië te heroveren om zijn gezag opnieuw over het hele territorium te vestigen. Dankzij de steun van Iran en Rusland is het dan ook zeer goed mogelijk dat hij hierin zal slagen indien het Westen hier niet tijdig een duidelijk signaal stuurt dat dat niet langer een realistisch scenario is in een post-ISIS Syrië. Momenteel controleren de SDF een belangrijk deel van het Syrisch grondgebied en hebben ze ook de controle verworven over een aantal strategische civiele infrastructuur, waaronder olievelden in het oosten van het land, en verschillende dammen langsheen de Eufraat. Dit geeft hen een zeker politiek kapitaal bij de onderhandelingen die in de toekomst plaatsvinden. Het probleem is echter dat het Assad-regime tot op heden de SDF niet erkend heeft als een politieke factor in het conflict, waardoor een militaire confrontatie niet uitgesloten is. 
De houding van de Trump-regering is ook allesbehalve éénduidig geweest omdat het er eerst op leek dat de Amerikanen de SDF in Syrië zouden blijven steunen. Dit werd ook bevestigd door een hooggeplaatste functionaris van de Amerikaanse regering, wat enkele dagen nadien weerlegd werd door een officiële mededeling dat de Amerikaanse steun aan de SDF zou eindigen zodra de Islamitische Staat verslagen zou zijn in het land. De westerse aanwezigheid in Syrië is tevens ook niet officieel, noch legaal volgens internationale wetten. Het Assad-regime heeft nooit officieel toestemming gegeven aan de westerse coalitie om een militaire aanwezigheid uit te bouwen in het land, in tegenstelling tot Iran en Rusland, waaraan wél officieel hulp werd gevraagd.
De Amerikanen zijn ook veel vrienden in de regio kwijtgespeeld de laatste jaren en proberen hoe dan ook een zekere invloed in de regio te behouden. De relatie met de Turkije is de laatste jaren aanzienlijk verzuurd doordat de Amerikanen (in)direct steun verleenden aan een groepering die door Turkije als een terreurorganisatie wordt beschouwd in plaats van nauwer samen te werken met groeperingen die door Turkije gesteund worden. De manier waarop Turkse autoriteiten na de mislukte couppoging in 2016 zeer autoritair begonnen op te treden tegen elke vorm van politieke oppositie deed ook heel veel bondgenoten van Turkije de wenkbrauwen fronsen en leidde zelfs tot scherpe kritiek van verschillende prominente leiders, waaronder Angela Merkel. Turkije is ook nog steeds bitsig omdat de Amerikanen weigeren de vermoedelijke leider van de couppoging, Fethullah Gülen, uit te leveren nadat een aanzienlijke hoeveelheid bewijsmateriaal werd overgedragen.
Daarnaast is er een groeiende invloed van Iran en Rusland te bemerken in de Arabische wereld. Bagdad maakte bekend dat het in de toekomst nauwer wenst samen te werken met Teheran en begon ook politieke relaties uit te bouwen met Qatar, wat tot een diplomatieke crisis en een economische blokkade leidde. Daarnaast wordt er ook gespeculeerd dat Iran sinds geruime tijd de Jemenitische Houti-rebellen steunt wat leidde tot een interventie geleid door Saudi-Arabië.
Rusland kreeg een belangrijk militair contract toegewezen voor het leveren van nieuw oorlogsmaterieel aan de Iraakse regering, wat enkele weken later een gelijkaardig resultaat opleverde voor Egypte. Daarnaast verkocht Rusland ook zijn nieuwste luchtafweersysteem, de S-400, aan Turkije. Rusland is ook begonnen met enige invloed uit te bouwen in Libië, een land dat na de val van Gadhaffi nog steeds geen politieke stabiliteit heeft gevonden.
De Amerikanen zullen deze groeiende invloedsfeer dan ook met lede ogen aanzien en zullen dit proberen te counteren door een eigen militaire aanwezigheid op te bouwen met nieuwe regionale partners. De Iraakse en Syrische Koerden lijken hiervoor de beste keuze. In beide regio’s zijn al verschillende projecten van start gegaan om bij de heropbouw te helpen en de drempel voor een mogelijke Amerikaanse militaire aanwezigheid te verlagen, zo werd in Iraaks Koerdistan een project voor een nieuwe Amerikaanse ambassade goedgekeurd en begonnen de heropbouw van een ziekenhuis in Syrië. Het probleem hiermee is dat de Amerikanen mogelijk op een kunstmatige manier nieuwe politieke actoren in de regio gaan creëren die zonder de regelmatige steun van Amerikaanse fondsen niet op eigen benen kunnen staan. Dit is in het bijzonder een potentiële valkuil voor het Noord-Syrische Democratische Federalisme, dat omringd zal worden door regeringen die dit democratisch model het zonlicht niet gunnen. 
De kans is bijzonder groot dat de Assad-coalitie de VS gaat testen om te zien in welke mate ze bereid zijn noordoost Syrië bij te staan wanneer er een getraind leger met hoogtechnologisch en zwaar oorlogsmaterieel aan de frontlijn staat. Zoals eerder vermeld is de westerse aanwezigheid in Syrië er om de Islamitische Staat te bestrijden en kreeg het daarvoor niet eens de toestemming van het Assad-regime. Dit is in strijd met het internationaal recht wat tot een diplomatieke kaakslag kan leiden wanneer de Verenigde Staten hiervoor op het matje geroepen zouden worden langs de betrokken kanalen. Daarnaast zijn er niet genoeg Westerse troepen om ze langsheen de volledige frontlijn te stationeren en een directe militaire escalatie te vermijden, noch is de politieke positie van de westerse coalitie sterk genoeg om een politieke oplossing te forceren. Het lijkt ook onrealistisch dat de Trump-regering bereid zal zijn om jarenlang enorme investeringen te doen waardoor de SDF in staat zouden kunnen zijn om de Assad-coalitie effectief te bestrijden omdat Trump tijdens zijn campagne meermaals de gigantische uitgaven in buitenlandse avonturen hekelde als onrealistisch en een verspilling.
De westerse landen staan op dit moment voor een moeilijke keuze, proberen ze een politieke oplossing af te dwingen door resoluut aan de zijde te blijven van hun regionale partner of kiezen ze ervoor om eieren voor hun geld te kiezen en de aftocht te blazen...

-----
Indien u enige constructieve feedback wenst te geven omtrent mijn schrijfstijl of de inhoud van mijn artikel, aarzel dan niet om een bericht achter te laten.

Monday, 10 July 2017

Syria: Why the Assad-coalition is not interested in peace as of yet

The Syrian Civil war might be an absolute nightmare in terms of destruction, casualties and political complexity but it would seem that the major players in the conflict have their own goals before they will make a genuine effort to bring an end to the fighting.

There have been some serious shifts in the balance of power during this conflict and at the moment it seems that all parties involved are taking a moment to consider their next big move in order to force a breakthrough. This article is aimed at giving an overview of the factions involved that have a lot to win and lose.

The Assad-coalition:

The Assad-regime

The Assad regime consists of mainly a Shia minority (and members from other ethno-religious communities who have proven their loyalty) in the government and the broad security and military apparatus that was established back in the 70s when Hafez al-Assad took power.

The Assad regime had to deal with numerous setbacks early on in the Syrian Uprising as thousands of men that were called upon to return to the barracks and take up arms against the rebels, refused to do so. They either joined the opposition groups or fled to neighbouring countries to avoid being drafted. What meagre forces that could be mustered had to be bolstered with patriotic and opportunistic men who joined the National Defence Forces and were given weapons to hold onto as much territory as possible while the regime’s elite units were rushing from one crisis to another. As much of the country’s wealth is in the hands of the privileged few, many chose to back the regime out of necessity and survival rather than duty since a defeat would result in the loss of all their assets in Syria. 

Its initial strategy to have a military presence in all corners of Syria in order to argue that it remains in control of its sovereign territory resulted in the Syrian Arab Forces being dispersed to a dangerous level. The regime was therefor forced to carefully pick and choose its battles to avoid losses that it could not replenish afterwards, or having to defend territory that it would not be able to hold. As the different opposition groups moved against Assad forces, it often came down to the commanders in the field to make the difference. For example, When Deir ez-Zour came under siege by the jihadists of the Islamic State and was under serious threat, republican guard general Issam Zahreddine was sent in to hold onto the city at all costs. His leadership skills and inspiring presence at the front lines helped the men under his command to hold onto the territory despite being under tremendous pressure. Another example is the commander of the now famous Tiger Forces, Suheil al-Hassan, his unwavering loyalty and leadership made him the ideal candidate to lead an elite unit that would be the deciding factor in numerous offensives across Syria, whether it was blocking an enemy offensive and reversing all their gains or spearheading an offensive.

Bashar al-Assad vowed to retake all of Syria many times and now, with the backing of powerful regional and global powers, it would seem that he is well on his way to do so. It seems unlikely that he will accept an agreement which would result in the division of Syrian territory or where he would be forced to share power with both moderates and the extremists. He is clearly set on taking every inch back and keep it in a tight grasp.

The true cost of the war, however, is something that might be impossible to predict at the moment. The regime has always claimed that its elaborate security apparatus was necessary to prevent extremist groups from gaining a foothold in Syria. At the moment al-Assad has managed to present himself as the defender of the Syrian people from the extremists and opportunists who would see an end to Syria if it were to serve their own goals. This had led to an increased popularity among the people, even among the people who became disillusioned with how the rebels' misconduct and mismanagement began to hurt the ideals of the Syrian Uprising. 

It could very well be that one of the causes for the Syrian Uprising could be enforced even harsher when the Assad regime regains control of Syria, leading to an all-out purge of any form of dissent against the regime. It is also unclear what kind of deals were made with its allies in exchange for the enormous amount of support in manpower, materials and logistics. It may very well be that in order for Syria's survival, al-Assad might have sold his soul and that of his country.

Hezbollah

Hezbollah has been very much dependant on the support it received from the Assad regime in terms of weapons, logistics, training and finances by acting as an access point for Iran to continue a strong presence in Lebanon and countering the Israeli influence there.

The fall of the Assad regime could have meant an end to this support as a government that looked more favourable towards the West and would not seek to continue to fund this terror organization, as designated by numerous western countries and regional allies. Hezbollah backing the Assad regime was there for a matter of survival, but of opportunity as well.

It was able to test its organization’s military capabilities by actively taking part in the fighting and launching offensives in a variety of combat zones across Syria. The experience it gained by doing this allowed the organization to boost its political presence in the region and more importantly, test out and adjust its tactics and strategies based on the successes it had in the field and send a clear signal to adversaries that it is still a force to be reckoned with.

Iran

Iran is one of the few countries that has actually managed to capitalize on the turmoil in the al-Sham region as has now more influence, both political and military, than (ever) before.

 It has (in)directly supported moves by the Shia communities to gain more political and military prominence in both theatres of war. In Iraq it was the main supporter for the Popular Mobilization Units that were eager to take the fight to ISIS forces when they were on the verge of breaking through to Baghdad. In Syria it was responsible for providing valuable strategic advice and supplementing elite Iranian forces to help turn the tide in several critical battles. One of Iran’s prominent generals and commander and of the al Quds force, Qasem Soleimani, has been Iran’s most valuable asset in the region as he was responsible for the most important offensives which Shia units launched successfully against both ISIS (in Iraq) and rebel forces (in Syria).

Iran aims to keep the Shia dominant minority in power at all costs as it has invested a lot of time and resources in the regime for its long-term strategic objectives in the region. It is there for more than likely that Iran will continue to support Assad in its efforts to regain control of the whole of Syria and therefor putting an end to the presence of western coalition forces in Syria. It has already begun its elaborate plan by launching an offensive in north-western Iraq with the help of PMU forces to gain control of an important military airbase to the south of Tal-Afar, which can be used as a launch point against future attacks across the Syrian-Iraqi border into northern Syria’s SDF territory, forcing them to fight on numerous fronts.

Iran is also moving on establishing closer ties with some of the nations in the Arabian Peninsula, which is basically its nemesis’ back yard. The Saudis have been fighting a war in Yemen for some time now and have little to show for it. Its forces have suffered embarrassing defeats at the hands of Yemeni fighters on the ground, but Saudi warplanes keep attacking Yemen’s populated areas resulting a high civilian casualties. The Saudis’ reputation has suffered internationally because of this.

Russia

Russia is the second country that managed to capitalize on the turmoil in the region as it has established itself as a prominent powerbroker in the regional theatre as well as on the international stage. Before that the country was basically ‘in the doghouse’.

Russia’s (for the most part) successful campaign has given Putin international prestige for acting decisively against international terror groups whereas the West was blamed for supporting the enemy of their enemy in order to get what they wanted, resulting in a loss of face and credibility as a major player in the conflict.

The war has also provided the Russian armed forces with a valuable opportunity to test their new equipment in a real battlefield and already suggestions for enhancements were made to make their equipment even more efficient in future warzones. It also saw the first Russian aircraft carrier of the Kuznetsov class perform in a theatre of war.

The participation in the Syrian Civil War has also provided Russia with a way to boost its economy as the new Russian hardware that is used on the battlefield, has attracted the attention of numerous would-be buyers, countries that before that were customers with western manufacturers. The cutting-edge technology and the battle performance of the newest Russian armoured vehicles and helicopters had a major impact on and off the battlefield.

Its alliance with the Syrian regime has also resulted in the agreement of having a permanent presence in the region as Russia will continue to have a military presence in the airbase and the naval base it currently uses, giving it a foothold in the Eastern Mediterranean Sea.


It is also very likely that Syria will become one of Russia’s most important trading partners in a post-conflict scenario as I think Russia will be one of the few suppliers of all the materials and hardware needed in the rebuilding effort. 





= = = = = = = = 


If you have any questions, remarks or constructive feedback on the content or my writing, please do not hesitate to leave a comment. I would love to use this platform to interact with people to discuss topics like these and gain new perspectives and improve on my writing skills.

Wednesday, 5 July 2017

Syrië: (DUTCH) De keerzijde van het Raqqa-offensief


De afgelopen maanden schetsten de internationale media een rooskleurig beeld van de strijd tegen de Islamitische Staat. Zo werd het territorium van de groepering bijna gehalveerd door de inspanningen van de internationale coalitie. Tevens werden verschillende sleutelfiguren van de organisatie uitgeschakeld en werd het aanzienlijk moeilijker voor de groepering om nieuwe rekruten aan te trekken. De indrukwekkende stroom aan inkomsten van de groepering werd ook systematisch drooggelegd, wat tot grote ontevredenheid leidde bij de militanten die tot kort daarvoor aanzienlijke sommen geld uitbetaald werden.
Belangrijker nog is dat het kerngebied van de terreurgroep in Syrië en Irak werd aangevallen door de internationale coalitie. In Irak begon het Iraakse leger het langverwachte offensief om Mosul, het grootste bolwerk van Islamitische Staat in Irak, te heroveren. In Syrië slagen de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) erin successen te blijven boeken. Zo werd de strategische stad Tabqah kortgeleden nog veroverd op de terreurgroep en wisten ze ook op verschillende plaatsen de Eufraat te bereiken waardoor de stad Raqqa steeds meer geïsoleerd raakt.
Hoewel het einddoel ongetwijfeld de verovering van deze stad is, zijn er belangrijke kanttekeningen die hierbij vermeld moeten worden. De SDF bestaan voor een groot deel uit Koerden die onder de YPG-vlag strijden. Aanvankelijk streden zij vooral om hun dorpen en steden te beschermen toen IS nog de overhand in de regio had, maar het was dankzij hun vastberadenheid, moed en opoffering dat de terreurgroep de eerste zware nederlaag leed rond Kobanê en in andere delen van de regio. Naarmate de YPG meer terrein wonnen, begonnen meerdere groeperingen zich bij hen aan te sluiten, waardoor de koepelorganisatie SDF in het leven werd geroepen. In de verschillende bevrijde regio’s werden bestuursorganen opgericht bestaande uit lokale vertegenwoordigers uit de verschillende etnisch-religieuze gemeenschappen, om samen te besturen.
Dat de SDF steeds meer ondersteuning krijgen van de internationale coalitie, zint buurland Turkije helemaal niet. Zo hamerde de Turkse president Erdoğan erop dat de Koerdische afdeling van de SDF nauwe banden zou hebben met de PKK, hetgeen weerlegd werd door de groepering en de coalitie. Dat de SDF nu ook zware wapens krijgen van de Amerikanen om Raqqa te veroveren, deed de Turkse regering dan ook steigeren. De Turkse regering ziet de invloed van de Syrische Koerden in het Syrische conflict dan ook met lede ogen aan. Om die reden bood president Erdoğan dan ook een alternatief aan om Raqqa in te nemen, namelijk met behulp van Syrische rebellen die door Turkije gesteund worden.
Dit voorstel werd echter om verschillende redenen van de hand gedaan. Zo hadden de Turkse bondgenoten o.m. aanzienlijk meer moeite om hun doelstellingen te halen op het slagveld, hetgeen pijnlijk duidelijk werd toen deze eenheden de stad Al-Bab probeerden te veroveren op de Islamitische Staat. Zelfs met directe steun van Turkse eenheden leden deze nog problematische nederlagen. Daarnaast kwamen verschillende van deze Syrische eenheden in opspraak door het gebruik van buitensporig geweld. Het feit dat het Turkse voorstel van tafel geveegd werd en de Turkse invloedssfeer in Syrië nu ingedamd wordt door zowel Russisch als Amerikaans ingrijpen, zint president Erdoğan helemaal niet. Hij had namelijk een aanzienlijk grotere rol voor zichzelf weggelegd in dit conflict en zal dan ook niet aarzelen om zijn kans te grijpen zodra deze zich voordoet.
Het grootste probleem is echter dat een bepaald aspect van het offensief bijna niet aangekaart wordt, namelijk het humanitaire aspect. Tot op heden werden te weinig inspanningen geleverd door de internationale coalitie om de mensen die het geweld proberen te ontvluchten, te voorzien van onderdak en voedsel op een schaal die nodig is om in hun behoeften te voorzien. Verschillende bronnen in de regio maakten dan ook al melding van de nood aan gecoördineerde hulp op een grotere schaal. De administratie van de Democratische Federatie van Noord-Syrië (Rojava) verleent reeds geruime tijd onderdak aan honderdduizenden mensen die het geweld in andere delen van Syrië probeerden te ontvluchten. Recent zijn er ook nog vluchtelingen uit Irak bijgekomen, sinds het Iraakse leger het offensief voor Mosul inzette. Voor al deze mensen is er al een aanzienlijke stroom aan goederen nodig om in hun levensonderhoud te voorzien – als daar nog eens meer dan honderdduizend mensen bijkomen die de gevechten in en rond Raqqa gaan ontvluchten, kan de situatie snel onhoudbaar worden.
De coalitie lijkt op dit vlak geen lessen te hebben geleerd van wat het offensief in Mosul met zich heeft meebracht, ondanks de waarschuwingen van hulporganisaties die probeerden alles in goede banen te leiden. Het werd duidelijk dat de opvangkampen te snel volliepen en het werd een kwestie van dweilen met de kraan open. Ondertussen wordt er al bijna acht maanden gevochten in en rond Mosul en zitten er nog enkele honderdduizenden mensen vast in vijandig gebied, waardoor de humanitaire situatie in de nabije toekomst alleen maar zal verslechteren.
Als we niet willen dat hetzelfde zich voordoet in Rojava, moeten de SDF nu internationale steun krijgen om de nodige infrastructuur, middelen, materieel en logistiek op te bouwen voordat de aanval op Raqqa echt ingezet wordt. Dit zou neerkomen op tentenkampen voor ongeveer driehonderdduizend mensen, het voorzien van drinkbaar water, voedsel, medische en psychologische ondersteuning, en nog een hele resem andere dingen om de overgang iets of wat te vergemakkelijken. Deze taken moeten ook uitgevoerd worden door ervaren mensen en specialisten, waardoor de nood aan samenwerking met verschillende hulporganisaties alleen maar dringender wordt.
Het lijkt er steeds meer op dat de leden van de coalitie, en de VS in het bijzonder, erop uit zijn om Raqqa zo snel mogelijk in te nemen. Wat ze echter lijken te vergeten is dat de strijd tegen de Islamitische Staat maar één aspect is van het veelgelaagde conflict in de regio en dat een goed uitgebouwde humanitaire infrastructuur een cruciale rol kan spelen voor de operationele doelstellingen in de regio. Zo kan het helpen om de regionale vluchtelingenstroom aanzienlijk te verminderen, hetgeen de druk op de buurlanden zou verkleinen. Daarnaast kan het de deur openen voor het afbakenen van aanvullende de-escalatiezones en kan het de politieke positie van deze partijen in het vredesproces versterken, want tot op heden werden de SDF niet uitgenodigd aan de onderhandelingstafel.
Indien het humanitaire aspect niet aangekaart wordt en het offensief op Raqqa ingezet wordt zonder dat de nodige voorbereidingen worden getroffen, lopen de SDF de kans om internationaal krediet te verliezen, doordat ze niet zullen kunnen voorzien in de noden van deze mensen. Daarnaast zou het als een potentieel motief gebruikt kunnen worden door zowel het Assad-regime als Turkije om in de toekomst nieuwe stappen te zetten om de bevrijde regio’s terug in chaos te storten.
Ondertussen is het offensief op Raqqa van start gegaan en er bestaat geen twijfel over dat de stad vroeg of laat zal vallen. Wat de gevolgen op lange termijn echter zullen zijn voor de regio en de SDF, zal de toekomst moeten uitwijzen.
Opmerking: Dit artikel verscheen in het magazine van het Koerdisch Instituut: De Koerden
(Jaargang 17, n°95, mei-juni 2017)
URL: http://www.kurdishinstitute.be/de-keerzijde-van-het-raqqa-offensief-bart-rombouts/